05 juni 2010

Uit de oude doos maar toch niet belegen

Over wat jaren na dato nog steeds spannend is en meer

Beste lezer, het nu volgende stukje is een bij voorbaat falende poging om wat van het enthousiasme over te brengen wat 3 jonge doch oudgediende dolofielen en ikzelf hebben opgesnoven in Engeland. Falend bij voorbaat, omdat we nog veel meer hernieuwd enthousiasme hebben opgedaan dan ik via papier of enig ander medium kan overbrengen. Toch doe ik bij deze een poging.

Half april zou er door het Engelse Triumph 2000 register een event georganiseerd worden naar aanleiding van de 40e verjaardag van de “London to Mexico” Worldcup Rally (http://wcr40.org.uk/). Ronald de Jonge, Jeroen Rothman, Hans ten Broeke en ikzelf wilden hier wel graag naar toe, in de eerste plaats om het algemene Triumph- en in het bijzonder het Dolomite-enthousiasme eens flink te voeden.

We gingen in stijl – de in full rally-trim gedoste dolomite 1850 (euh, 1500, of toch..?) van Jeroen werd als vervoermiddel aangewezen, en dagelijkse Focussen en Clio’s werden resoluut op een onguur parkeerterrein in Hoek van Holland achtergelaten. Op de boot meteen even sleutelen, nu ja, sleutelen, er was een zekeringetje kapot, waarschijnlijk door rondvliegend vulkaanas, maar aangezien er in Jeroen’s rallypaard ongeveer over de gehele breedte van de auto zekeringetjes gemonteerd zitten duurde het wel even voordat we de goede te pakken hadden. De bootreis met overnachting beviel verder erg goed – geen snurkers, zeeziekte of verveling; wel sterke verhalen, een enkel biertje en een relatief goede nachtrust, totdat een vriendelijke doch indringende vrouwelijke speaker-stem ons om 6.30 tijd ruw uit onze slaap wekte, en Ronald en ik prompt onze hoofden stootten tegen het plafond omdat wij verbannen waren naar de bovenste (stapel)bedden.

Onderweg is het de kunst te stoppen op de goede plaats voor bijvoorbeeld de lunch; men lette daarbij op voortekenen zoals daar zijn een geparkeerde Stag of borden met teksten als “Serving hot breakfast all day”. Helaas betekende “all day” “vanaf 12:00”, maar gezien de op het parkeerterrein aanwezige Stag het half uurtje in de zon maar even overbrugd, tussen de bedrijven door vernemend dat diezelfde Stag gratis verkregen was omdat de vorige eigenaar ging emigreren. Wij vroegen ons alle vier simultaan af waarom dat ons nu nooit overkwam, maar realiseerden ons ook dat dit alleen in Engeland mogelijk is.
We zouden in Coventry overnachten op een adresje waar Ronald en ik al twee keer eerder waren geweest, op korte afstand van het centrum waar ook het Coventry Transport Museum gevestigd is. Dit zou het eerste doel zijn van onze viermansmissie, dus Jeroen drukte het gaspedaal regelmatig goed in, Hans zorgde dat er links gereden werd (niet nodig want dat deed Jeroen erg goed) en zorgde voor versnaperingen en verhalen ter lering ende vermaak, Ronald was vooral goed als ‘back seat driver’ c.q. achterbankkaartlezer (prima navigatie overigens), en ondergetekende hield een fotocamera en adressen paraat, binnensmonds iets mompelend als “die van mij moet ook snel weer rijden”, maar dat hoorde verder niemand, omdat men aannam dat ik wat steunde omdat ik klem zat tussen de door Jeroen als voorstoel gemonteerde Chesterton-leunstoel en de achterbank.

Op het forum van de Engelse dolomite-club was achteraf te lezen dat iemand van die club in zijn dagelijkse auto onze dolomite nog getracht had te volgen Coventry in, maar dat hij ons kwijtgeraakt was; wij hadden namelijk een tikje haast het museum in te kunnen, want we hadden nog ‘slechts’ een halve dag. Het museum had sinds ons vorige bezoek 3 jaar geleden een refurbishment ondergaan, en vooral de jaren ‘60/’70-collectie was een stuk verbeterd, aangezien het daar wemelde van de Triumphs. Hieronder een -letterlijk- halve Herald: een heel chassis, deels opengewerkte motor, en over de lengte doormidden gezaagde body; zeg maar een ‘luxe’ versie van het chassis-met-mechanica dat de CTH in haar bezit heeft. Ook inmiddels in de vaste collectie opgenomen was de eerste produktie-sprint, chassisnummer één (VA1DL), geplaatst in een typisch jaren ’70 plaatje naast een Allegro en een Escort, en een mooie lichtblauwe 1300 in een decor over de stakingen bij BL gedurende de jaren ’70.

Na een toeristische detour langs de kathedraal die wonder boven wonder de Duitse V1- en V2-aanvallen in WOII overleefd had, een typisch Engelse pastamaaltijd genuttigd - typisch Engels aangezien we net op tijd konden vluchten toen er een “hen’s night” neerdaalde in het etablissement. Avondvertier was vanuit de B&B naar Ronald en ik dachten vooral in het centrum te vinden op zo’n 20 minuten lopen, maar Hans regelde (hoe weten we nog steeds niet) dat we in de “Social Club” pal naast de B&B terecht konden (een besloten club waar je eigenlijk lid moest zijn). Voor de verandering niemand gesproken die ooit een dolomite gehad had, maar wel (a) aan een loterij meegedaan maar niks gewonnen en (b) bij sfeervol TL-licht gezien wat een gemêleerde samenleving die Engelse maatschappij toch is.

En toen de zondag! Na een echt Engels ontbijt met veel vet, ruim voldoende bonen, spek, toast, worst, tomaat (en had ik al gezegd veel vet?), klaargemaakt door een belegen doch uiterst vriendelijke dame (nu eens niet in een bloemetjesjurk zoals eigenlijk hoort bij B&Bs), vrolijk op weg naar het Heritage centre in Gaydon nabij Warwick. Buiten stonden naast ex-World Cup auto’s (1970) ook iets moderner rally-spul opgesteld, zoals dolomites (1973+), waar wij naast hadden kunnen parkeren als we gejokt hadden bij het beantwoorden van de vraag of onze auto een originele rally-auto was...
Jeroen speelde even met de vraag of de eigenaar van de daar aanwezige orignele Group 2 rally-auto het zou merken als hij deze auto boutje-voor-boutje uit elkaar zou schroeven en de onderdelen zou verstoppen in zijn achterbak naast de gastank en onze tassen, maar omdat hier geen plek voor was besloot hij toch maar om aan zijn originele idee vast te houden en er een replica van te bouwen.


Wat een mooie collectie auto’s stond daar: van de originele (...) World Cup rally-auto’s waren er de twee Saloons van Patrick Walker, een door BL Australia ingezette saloon in licht verkreukelde maar originele staat, en o.a. de winnende Ford Escort.

Volgens de daar ook een korte presentatie gevende Triumph-coureur Brian Culcheth had Triumph de rally moeten en kunnen winnen, omdat de Ford-rijder nog geen rally uitgereden had dat seizoen, laat staan dat hij dat nu ineens zou gaan doen in een rally van 16.000 mijl (!!) met special stages die tweeëneenhalve dag non-stop duurden. Brian Culcheth had de beste voorbereiding en verkenning gedaan (vergelijkbaar met het plusminus 5x rijden van de rally), geweldig materiaal en goede ondersteuning qua onderdelen o.a. door de inzet van vliegtuigen, maar de Ford-rijder maakte deze keer geen fouten, en werd de (terechte) winnaar. Brian Culcheth werd tweede. Brian Robson heeft over deze World Cup rally een boek geschreven, waarin vooral de Triumphs veel aandacht krijgen: “The daily mirror 1970 World Cup Rally 40”. Dit boek en een DVD van Brian Culcheth meteen aangeschaft natuurlijk.
Ook het Heritage Museum was het bekijken waard, en Hans en Jeroen hebben de daar aanwezige met een Dolomite Sprint-motor uitgeruste Formule 3 racer (gereden door o.a. Tiff Needell en Mansell) aan een nauwgezet onderworpen.


De maandag van terugkomst in Haarlem nog een leuke originele dolomite gaan bekijken in Haarlem een extra plaatje wil ik jullie niet onthouden. Deze auto kan heel veel origineel rijplezier bieden, maar moet gezien haar historie bij voorkeur bij een liefhebber terechtkomen.

02 mei 2010

Vroege dolomite: liefhebbers?

Half april nog een leuke originele dolomite gaan bekijken in Haarlem een paar plaatjes wil ik jullie niet onthouden. Deze auto kan heel veel origineel rijplezier bieden, maar moet gezien haar historie bij voorkeur bij een liefhebber terechtkomen.


Het betreft een leuke originele vroege dolomite - met unieke papieren (zoals een origineel service-paspoort van BL) en alle kenmerken van de 1e serie dolomites zoals lange overriders, het verlichtingsblokje op de achterbumper, het eerste type versnellingsbak met de zwarte knop enz. De laatste eigenaar was ook de eerste eigenaar (!!), en deze man is altijd lid geweest van de TDCN en ook de CTH, en hij heeft altijd goed voor deze auto gezorgd. De auto heeft een jaar stilgestaan, maar met wat verse benzine startte deze auto bij de eerste aanraking van de sleutel. Deze auto heeft nog tot eind dit jaar APK, en behoeft maar erg weinig aandacht om er zo mee weg te rijden. Voor meer inlichtingen of foto's graag contact opnemen met het dolomite register op dolomite[apestaartje]triumph[punt]nl

18 april 2010

WCR40







17 april 2010

03 april 2010

03 februari 2010

Dolomite in cijfers - alleen voor statistici en facts’n’stats adepten

In het november/decembernumer van de TT van 2008 verscheen een stukje met de titel ‘Dolomite facts and stats’ met daarin wat statistische gegevens geextraheerd uit de toen door mijn vrouw ingevoerde gegevens. Deze gegevens zijn ondertussen gecombineerd met gegevens die de club heeft aangekocht van de RDW, en het sprint register dat Ronald de Jonge bijhoudt. Dit geheel heb ik nog eens voor de brave lezers op een rijtje gezet.

In 2008 had ik ‘maar’ 939 kentekens in het register staan, dit zijn er inmiddels 1023; met name de RDW-gegevens zijn hier debet aan met 76 nieuwe kentekens, en 7 stuks komen uit het zwarte boekje van Ronald de Jonge. En ja, eentje is er spontaan aan komen waaien.

Toendertijd was zo’n 25% van het register ook nog daadwerkelijk bekend bij de RDW, wat zoveel wil zeggen dat de auto na plusminus 1993 nog een keertje ter APK aangeboden is – rond die tijd is het bestand van de RDW gedigitaliseerd, heb ik mij laten vertellen, en alle auto’s die toen al een tijdje geen APK meer hadden, zijn niet in het actieve bestand opgenomen. Deze auto’s staan natuurlijk wel ergens in een ‘schaduw’bestand geregistreerd, maar trek je zo’n auto uit de schuur, zul je eerst langs de RDW moeten om hem weer te activeren. Zo ook mijn sprint, en, de spontaan aangewaaide auto die ik hierboven noemde: de 99-TL-79. Enfin, ik heb niet nog eens met het handje alle 1023 kentekens via de website van de RDW gecheckt, maar ik denk dat die 25% nu wellicht ietsjes, maar niet veel, hoger zal zijn, omdat er immers best een relevant aantal kentekens bij zijn gekomen via diezelfde RDW.

Leuk van die RDW gegevens is dat er ook kleuren bij staan, en dit heeft mijn registergegevens in ieder geval wat kleur gegeven. In een tabelletje ziet dit er als volgt uit:

Model20082010blauwbruingeelgrijsgroenpaarsroodwitzwart???
1300(TC)1617315521
1500(TC)11
1500(HL/SE)1111
1850(HL)77983773142822131202613141
SPRINT13114618331 231422125
TOLEDO1320216722
TOTAAL93910239614611431651257866149


Paars (Magenta) is de zeldzaamste kleur, samen met zwart, want deze laatste kleur is uitsluitend bestemd geweest voor de Dolomite 1500SE. Binnen de diverse kleuren zijn er ook nog zeldzame kleuren te vinden: Ice Blue (babyblauw) en Sapphire Blue en Delft Blue (beiden donkerblauw) zijn zeldzame exoten, terwijl Pimento en Vermillion Red veel te vinden is in het register. De kleur geel heeft een speciaal plaastje in de dolomite-galerij: sprints van de eerste serie waren allemaal Mimosa Yellow, zacht geel. Ook zie je na de herordening van de Dolomite-modellijn in 1976 dat bepaalde kleuren vervangen zijn door andere: geen Mimosa Yellow meer maar Inca, en bijvoorbeeld geen Maple Brown meer maar Russet Brown.

In het tabelletje is onder andere ook te zien dat er nog een heuse Triumph 1500TC bestaat in Nederland, en dat is heel bijzonder. Het kenteken is wel van de jaren ’80, terwijl deze auto toch echt de begin jaren ’70 voorloper was van de na-1976 ‘Dolomite 1500’, en de opvolger van de eind jaren ’60 bedachte Triumph 1500.
Die Triumph 1500 (dus zonder ‘TC’) was een voorwielaandrijver met de koets van de latere dolomite; eigenlijk Triumph 1300 techniek (met 200cc meer dan) in een langere koets. De Triumph 1500TC is dan weer de latere achterwielaangedreven variant die ook naast de dolomite gevoerd is in het leveringsprogramma.

Welke modellen waren er eigenlijk allemaal? De productieaantallen en andere gegevens van alle dolomite-modellen staan in het bijgaande tabelletje, en ook of dat type auto ook rechtstreeks naar Nederland geleverd is – alle ‘kleine’ dolomite-modellen van na 1976 (met vierkante koplampjes) zijn niet meer geleverd – Nederland kreeg alleen de 1850HL en de Sprint. Ook staan in dit tabelletje de letters waarmee voor de verschillende modellen de chassis-, bak-, motor- en achteras (of differentieel)-nummers beginnen.

ModelVan/totAantalNL?ChassisBodyMotorBakDiff
Dolomite2/72-3/7630 505JaWFWFWH/WMWF/WG
Dolomite Sprint6/73-8/8022 941JaVAWDVAVAVA
Dolomite 13003/76-8/8032 031NeeWHWHDHDNDG
Dolomite 15003/76-8/8043 235NeeWGWGYCYD/DRDM/DP
Dolomite 1500HL3/76-8/80NeeWKWKYCYD/DRDM/DP
Dolomite 1850HL3/76-8/8048 505JaWF 60001WDWF60001WH/WMWF/WG
130010/65-8/70113 008JaRDRDRD
1300 TC9/67-8/7035 342JaRFRDRF
1500 (FWD)11/70-8/7266 353JaWBWBWBWB
1500 (FWD)8/72-10/7366 353JaYB54064WBYB54401YB49949
1500 (RWD)?DMYBDMYC/YD
1500 TC10/73-3/7625 549JaYCYBDSDGDM
Toledo 2 doors8/70-3/75113 294JaADGDGDGDG
Toledo 4 doors8/71-3/76JaADFDGDGDG
(bron: http://amicale.com/spitfire/technique/tableaux/serial2.htm)

Als laatste de vertrouwde oproep mij te mailen om het Dolomite register te actualiseren. Schroom niet me te mailen met kenteken, chassis- en bodynummers, hoe lang je de auto al in het bezit hebt, van wanneer het kentekenbewijs deel I is en uiteraard met die recente foto bij jou voor de deur of in de garage. Als dank stuur ik je dan de gegevens die ik al van de auto had terug, met, indien aanwezig, een scan van de foto’s die ik in het register heb.

In de loop van 2010 overweegt de CTH een deel van de gegevens wellicht ook beperkt on-line beschikbaar te stellen, rekening houdend natuurlijk met privacy van eigenaren danwel fraudegevoeligheid van informatie. Het zal wellicht iets worden in de vorm van kenteken, model, foto, en standplaats. Geen eigenaarnamen dus, en de vorm waarin iets van chassisnummers on-line zou komen staat ook nog ter discussie. Mijn idee zou zijn om hiervan in ieder geval enkele cijfers te anonimiseren; bijvoorbeeld door de laatste twee cijfers weg te laten, in de vorm van WF123xxLDL. Hiermee kun je wel mooi zien welke auto’s dicht bij elkaar geproduceerd zijn, maar bescherm je deze gegevens toch nog een beetje tegen misbruik.

03 oktober 2009

Door glazen ogen

Hmmm, het lijkt een gewoonte te worden om om de TT een stukje te schrijven en het de andere keren over te laten aan anderen... helemaal niet erg, want een register is een beter register als er meer dan één scribent is, en als er dolomite-verhalen verteld vanuit meerdere gezichtspunten verschijnen in dit clubblad.

Om te compenseren voor het gebrek aan (legale) rij-ervaring in een dolomite, snuffel ik regelmatig rond in de krochten van het interweb op zoek naar dolomitobilia. Zo kijk ik regelmatig eens rond bij Amazon (.co.uk), en laatst ontdekte ik daar een nieuw ‘dit-moet-ik-hebben-dingetje: een boek getiteld: ‘Through Glass Eyes’. Klinkt nog niet heel spannend, maar de zoekterm die ik ingegeven had bij genoemde amazone was toch echt ‘triumph dolomite’. Hmm, eens even verder kijken dus... hee, een plaatje van de kaft... dat is toch niet... jazeker, een leesboek met op de voorkant een Triumph Dolomite, met als ondertitel: ‘The Autobiography of a 1975 Triumph Dolomite Sprint’, geschreven door Paul Chiswick (http://www.paulchiswick.com/).


Dit boek bevat een verzameling verhalen vanuit het gezichtspunt van een dolomite sprint over door de tijd heen, maar de verhalen gaan meer over zijn eigena(a)r(en) dan over de auto zelf. Ook komt het karaker van bepaalde merken auto’s aan bod, en een Leitmotief door al deze verhalen heen is o.a. de “code of conduct” voor auto’s.
Ik ben pas halverwege het schrijfsel, en vind het een aardig vermaak om zo af en toe eens wat in te lezen, maar ik vind het niet pakkend of erg goed gedaan – het gezichtpunt van de auto is niet ver genoeg doorgevoerd om het heel bijzonder te maken, het lijkt soms of het er later tegenaan geplakt is als een soort vertellersrol. Maar, het boekje kost maar een paar centen meer dan helemaal niks, en, zo af en toe zitten er wel grappige elementen in. En ik zei het al, het is een dolomite-hebbedingetje.

Tot zover mijn spreekbeurt over dit boek – en ondanks mijn kanttekeningen, is het natuurlijk wel grappig om zo’n denkkronkel eens te maken: hoe zou je hobby-auto het leven beschrijven als hij dit kon? Zie ik hij? Of zij natuurlijk, want auto’s mogen volgens regel 1 in de “code of conduct” nooit verraden van welk geslacht ze zijn. Dat is al zo’n personificatie: welk geslacht heeft je auto? Ik heb een Australische medestudent eens horen zeggen dat auto’s vrouwelijk zijn omdat je van ze kan houden, maar anderen vinden weer dat als het stoere auto’s zijn dat het mannetjes zijn – maar dat zijn dan weer veel Nederlanders. Zou dit cultuur- of taal-gebonden zijn? Veel Engelsen gebruiken inderdaad “she” als ze het over hun Triumph hebben; een goede tweede is “it” n pas op de laatste plaats zal “he” eindigen denk ik – maar ik heb het niet geturfd.

En dan heb je de (bij)namen die mensen hun auto’s geven, in Engeland vaak gebaseerd op de lettercombinaties in het nummerbord (“GMA 123P” bijvoorbeeld noemt men als snel Gemma), of iets wat bij de kleur past.
Zelf heb ik nog maar één keer een bijnaam voor een auto bedacht, en niet eens voor m’n eigen auto: de ice blue 2000MkII die ooit van Ronald de Jonge was heb ik ooit “tante Pollewop” gedoopt. Waarom? Het ding was een beetje een goeiige ouwe tante, wat breder op de heupen (breder dan een dolomite), danste over de weg, luste wel een slokje, en had een net iets te slobberige jurk als stoelhoes. Zoiets. De huidige Triumph van Ronald is een Java green TR7, die we achter zijn rug om steevast de groene kaas noemen, maar in het bijzijn van auto of eigenaar de “Java Seven” noemen.
Voor het eigen wagenpark gebruik ik of de letters uit het kenteken (“de ZG”) of ik doe iets met de kleur als dat kenmerkend genoeg is – zo heb ik nog een Engels bekentekende sprint staan in de kleur “honeysuckle white”, dus die heet “de honeysuckle”. Hele rare naam voor een kleur trouwens... welke kleur is honingzuigsel nou? Beige dus... blijkbaar.

Toch is het niet raar om menselijke of dierlijke eigenschappen of gedrag op auto’s te projecteren; iedereen weet wel meteen wat je bedoelt. Als er onder een foto geschreven staat “Brian Culcheth’s dolomite sprint hanging its tail out in the 1975 tour of Britain” krijg je zonder de foto te zien al wel het gevoel wat Brian aan het doen was met die auto. Zo ben ik ook wel eens gesignaleerd met een kwispelende Sprint bij het uitkomen van een bijna-180-graden bocht. Soms gromt een auto, heeft-ie temperament (alleen de Italiaanse ontwerpen), of markeert-ie zijn territorium in plaats van dat er gezegd wordt dat hij olie lekt.

02 augustus 2009

DNTD 2009








21 juli 2009

Stanpart parts catalogue

Via het forum van de Engelse Dolomite Club te vinden, maar wel zo handig als directe link: Stanpart parts catalgue.

01 juni 2009

Over dolomites en dolle meiden

In de vorige TT ontbrak weliswaar een stukje van ondergetekende, maar aan Dolomite-verhalen géén gebrek! Ik wil dus allereerst mijn waardering uitspreken voor de heren Bouma en van der Wal, die de pen (euh: tekstverwerker) ter hand hebben genomen en het levensverhaal van een tweetal dolle meiden en hun berijders op papier hebben gezet. Hulde!
En, over dolle meiden gesproken, het stukje een drietal TT's geleden wat bovenstaande heren wellicht aanspoorde tot het schrijven van hun proza, was, zo moet ik eerlijk toegeven, niet geheel van mijn hand: op wat luttele statistische informatie na, was mijn lieftallige vrouw de onvolprezen schrijfster van dat stukje, maar wilde daar, tot het lezen van de verhalen in de vorige TT, niet meteen alle eer voor opstrijken. Zij vindt het dus des te leuker dat haar stukje allerlei positieve reacties op heeft geleverd, en heeft voorzichtig aangegeven dat zij het op prijs zou stellen indien ik haar de volledige credits voor dat stukje zou gunnen. Bij deze dus ook alle lof voor de Dolle Meid achter de rustige man van dit register, en niet alleen voor het schrijven van dat stukje.

En om nog iets concreets te noemen: voor mijn verjaardag in februari heb ik een geweldig lekker warme fleece-trui gekregen van mijn vrouw met daarop een afbeelding van een dolomite. Nu was ik gehuld in genoemde trui en met mijn vrouw laatst bij de fietsenmaker, toen deze mechanisch onderlegde man mij vertelde dat hij de auto op die afbeelding wel kon waarderen. Ik dacht nog even, dat zal wel, hij wil een klant plezieren, en denkt dat het een BMW is, en zegt er wat van - de meeste lieden herkennen dolomites nu eenmaal niet, en al helemaal niet van een klein plaatje op een trui. Maar, ik moest mijn voorbarige conclusie meteen inslikken, want op de vraag of deze brave man de auto inderdaad herkende werden in één adem de magische woorden "Triumph" en "Dolomite" genoemd, en nog belangrijker, ook zinssneden als: "ik heb er ook één gehad", "ik heb altijd spijt gehad dat ik hem verkocht heb" en: "ik kijk regelmatig eens op internet naar dolomites". Uh-oh, Dolomitis Fatalis in de maak.

Voorzichtig informeerde ik dus of de beste man wellicht nog het kenteken van zijn oude dolomite wist te herinneren. “Natuurlijk” was het antwoord, .”...ik zal eens in mijn foto-album kijken.” Aha, er waren dus foto’s van het apparaat! Nadat ik de fietsenmaker plechtig had laten beloven deze Triumph-porno eens mee te nemen naar de zaak, en ik als tegenprestatie eveneens plechtig beloofd had om één van de negen dikke registermappen eens mee te nemen om daarin te bekijken of zijn auto daarin vernoemd werd, verliet ik het tweewieler-etablissement.

Enkele dagen later stapte ik op een toe nog stille donderdagmiddag de fietsenwinkel weer binnen, een kinderwagen met daarin mijn zoontje Sven voortduwend. In plaats van een speentje en een rammelaar had het knulletje een registermap in zijn knuistjes om op te sabbelen, met daarin gegevens van een 100-tal rammelbakken, euh, dolomites. Zowaar, de ex-fietsenmakerauto stond er in, tegen de verwachting in, omdat de auto begin jaren tachtig aan een sloperij verkocht was, maar blijkbaar was de auto nog te koop aangeboden in 1995. Het plaatje dat de beste man thuis op zolder had gevonden was een niet te versmaden typisch jaren ’70 a ’80 kiekje, errug leuk. Dit wil ik jullie dan ook niet onthouden.

Wat ik jullie ook niet wil onthouden, is wat beeldmateriaal wat ik zelf heb geschoten tijdens een fotosessie van Klassiek & Techniek over een Dolomite Sprint en een BMW 2002 tii. Mat Drost, de schrijver van het verhaal in dit magazine, is er in geslaagd een leuk stukje proza op papier te zetten, opgesmukt door eveneens leuke foto’s; dit is allemaal te zien in de Klassiek & Techniek van april 2009. Omdat de dolomite die in dit verhaal figureerde behoorde aan een bekende van mij, was ik in de gelegenheid bij de fotoshoot te zijn en ook zelf wat plaatjes te schieten. Daarom bij dit verhaal ook wat beeldmateriaal van mij, die wellicht uitnodigen tot het bijbestellen van die K&T?

Verder ben ik in maart in Stoneleigh geweest op de grote Triumph Spares show. Rob van Essen uit Zuid-Frankrijk was er deze keer zelfs bij, die tussen de bedrijven door ook nog 3 Land Rover Discoveries aanschafte, maar ook present was de ‘vaste’ harde kern van Pieter Katsman en Ronald de Jonge.
Op zaterdag volgens traditie iets auto-cultureels gedaan, dit jaar het Brooklands museum. Hier is niet alleen veel antiek wegvervoersmaterieel te zien, maar ook veel vliegmachines, varierend van bommewerpers uit de Tweede Wereldoorlog tot een Concorde.

Dankzij kaartjes besteld door Martin Stoffer (dankjewel Martin!) konden we op zondag extra vroeg naar binnen op de onderdelenbeurs, waar we ons dit jaar in vergelijking met voorgaande jaren erg hebben ingehouden. Kredietcrisis? Nee, we hadden gewoon niet veel nodig, en hebben ons zelfs laten verleiden door snuisterijen als T-shirts voor onszelf en de onzen.

08 maart 2009

Stoneleigh 2009



Dit weekend was het weer de jaarlijkse onderdelenbeurs in het Engelse Stoneleigh. Daar heebben we weer allemaal Triumphs van dichtbij kunnen bewonderen. Mooi opgepoetst of zojuist uit een kippenschuur tevoorschijn gekomen.

Stiekem hoop ik dat ik over een paar jaar ook zo'n tekening van mijn zoon Sven achter m'n achterruit kan leggen...

19 januari 2009

Dolomite gezocht voor "British Cars & Lifestyle" 27/02-01/03

Op BC&L in Autotron Rosmalen zal CTH wederom vertegenwoordigd zijn met de clubstand. Dit jaar zal dat wat anders zijn dan voorheen omdat we nadrukkelijk met de andere drie Triumph clubs de samenwerking hebben gezocht en gevonden. Hierdoor hebben we 4 aaneensluitende stands zodat we als het ware één grote Triumph stand kunnen maken.

We hebben ervoor gekozen om de 4 seizoenen te hanteren als leidraad waarbij CTH de herfst zal invullen. Met zijn vieren hebben we ook een mooi scala aan auto's. TSC neemt een Spitfire en GT6 mee, TRCH een TR3 en TR7, SCN een Stag en als CTH hebben we ons oog laten vallen op een Herald Coupe en een Dolomite. Zie daar de link...

Voor BC&L is de CTH op zoek naar een bijzonder(e) en/of mooie Dolomite die van vrijdagmiddag 27 februari tot zondagavond (18.00 uur) 1 maart de stand kan opluisteren. Een beetje in de buurt van Rosmalen zou handig zijn maar is geen must. Als kleine tegenprestatie kan men een (doorlopende) toegangskaart aanbieden.

Graag een reactie of naar mij (cth[punt]dolomite[apestaartje]gmail[punt]com) of rechtstreeks naar de evenementen-coordinator van de CTH: evenementen[apestaartje]triumph[punt]nl

Dank jullie wel!

Aan alle enthousiastelingen die zich aangemeld hadden voor het artikel in Klassiek & Techniek: dank jullie wel voor jullie snelle en enthousiaste reacties!
Ook namens de redacteur van Klassiek & Techniek, Mat Drost, kan ik doorgeven dat dit zeer op prijs gesteld werd, want, nu was men in de gelegenheid een auto te kiezen die in de buurt stond van de gevonden BMW 2002 tii. De fotoshoot voor K&T is inmiddels geweest, dus hou de schappen van je tijdschriftenleverancier in de gaten!

17 december 2008

AUTO'S GEZOCHT VOOR ARTIKEL IN KLASSIEK & TECHNIEK

Voor een artikel in "Klassiek & Techniek" zoekt men 1850s of Sprints met een origineel ogend uiterlijk voor een vergelijking met de BMW 2002.
Graag heeft de betreffende redacteur hiervoor een aantal auto's achter de hand dus aarzel niet en laat het weten wanneer er hiervoor interesse is.
De fotoshoot voor het artikel zou bij voorkeur in januari plaatsvinden dus dit is op relatief korte termijn.
Neem contact op met cth[punt]dolomite[apestaartje]gmail[punt]com indien u uw auto eens in een klassiekerblad wilt zien!

05 december 2008

Dolomite facts en stats

Waar verveling al niet goed voor kan zijn…

Alweer drie jaar geleden, in oktober 2005, verscheen in de Triumph Tribune het eerste Dolomite Register stukje van mijn hand, nadat ik kort daarvoor het stokje had overgenomen van Jan Oldenkamp. Dit spreekwoordelijke stokje leek overigens meer op een dwarsdoorsnede van een sequoia boom, aangezien ik het complete papieren 1850/Sprint/1300/Toledo register bestaande uit maar liefst 9 overvolle ordners overhandigd kreeg. Een zeer omvangrijk naslagwerk met een enorme lading aan Dolomite gegevens die mijn goede vriend Jan op onbewaakte ogenblikken nog steeds nonchalant uit zijn mouw weet te schudden.

Mijn uit-het-hoofd-kennis reikt zeker niet zover, maar daarentegen blader ik geregeld gretig in de mappen als ik word gebeld door een Dolomite fanaat die een auto op de kop heeft getikt en wat meer van de historie wenst te weten of als ik op Internet een Sprint te koop zie staan of als ik ineens een van mijn favoriete Triumph modellen tegenkom op bijvoorbeeld het parkeerterrein van de Praxis waarvan ik weet dat ik dat kenteken nog niet ken… de eigenaar van deze 81-YA-29 bleek zelfs ook uit Veldhoven te komen, maar ik ben hem sindsdien niet meer tegengekomen. Op al deze momenten besef ik echter ook maar al te goed dat het toch echt tijd wordt om alle gegevens te updaten en beter toegankelijk te maken voor alle andere liefhebbers die Nederland telt.



Het plan om alle mij bekende, althans in het register opgenomen, kentekens in de computer in te voeren broedt al langer in mijn hoofd. Zo ook het plan om daarna actief de foto’s (die veelal dateren uit de jaren ’80) te vervangen door meer recente exemplaren geschoten tijdens recente bezoekjes aan onder andere de DNTD op het eiland van Maurik of de British Autojumble in Waalwijk of door foto’s die eigenaars mij per mail hebben doen toekomen. En, hoe mooi zou het zijn om zo’n elektronisch bestand dan om te gieten in een website waar de informatie toegankelijk is voor een ieder die zich net als ik wenst te vergapen aan prachtige staaltjes plaatstaal? Het vervelende van dit soort plannen is echter dat ze al ruim drie jaar kunnen rondsluimeren in je hoofd, briljant lijken, maar als het dan op actie aankomt c.q. aankomt op het uitvoeren van zo’n excellent project is het ineens een ander verhaal. Zeker, het bedenken welke informatie ik wenste op te nemen in mijn elektronisch bestand was niet zo moeilijk. Ook het aanmaken van de Excel-sheet was een fluitje van een cent, maar tot voor kort hadden slechts de eerste circa 215 kentekens er een plaatsje in gekregen.

Handig dus om een met zwangerschapsverlof thuis zittende vrouw te hebben die de uitgerekende datum inmiddels is gepasseerd en die van verveling echt niet meer weet hoe ze haar dagen door moet komen, wachtend op die eerste wee. Om een of andere onverklaarbare reden, wilde ze persé iets terug doen voor alle keren dat ik iets voor haar opraap van de grond, haar uit de bank omhoog help of help met het aandoen van haar sokken en schoenen (waar zij zelf echt met geen mogelijkheid meer bij kan). Ik zou die dingen, zoals het een goed echtgenoot betaamd, ook “gratis” voor haar doen, maar op het moment dat zij voorstelde de sequoia boom te gaan invoeren in de computer kwam er uiteraard geen luidkeels “NEE” over mijn lippen. Voor de vorm heb ik nog wel zacht gezegd dat het “niet nodig was hoor”, maar stiekem kon ik mijn vreugde niet bedwingen toen ze daar geen aandacht aan schonk! Nu, nog geen week later is mijn leven verrijkt met een compleet elektronisch overzicht van onder andere kenteken, type, chassisnummer, kleur body en bekleding, datum deel I en naam eigenaar (voor zover bekend uiteraard). En, dat niet alleen. Een extra toefje slagroom op de taart is een overenthousiaste vrouw die ineens uit haar hoofd weet dat 94 de kleur Inca Yellow is en dat auto’s in die kleur vrijwel uitsluitend met zwarte bekleding C11 zijn geleverd en meer van dit soort weetjes.

Het resultaat mag er zijn. Het eerste begin is er. En, hoewel de informatie uit het papieren register grotendeels verouderd was heeft het invoeren van alle gegevens en daarna zelfs het checken van alle kentekens bij het RDW toch een aantal zeer interessante statistieken opgeleverd die ik jullie zeker niet wens te onthouden.

In totaal bevinden zich in het Dolomite register 939 kentekens, over de modellen verdeeld ziet dit er als volgt uit: 119 Sprints, waarvan 56 nog geregistreerd bij het RDW; 146 vroege dolomites (dus 1972-1975), waarvan 32 nog geregistreerd bij het RDW; 126 1850s van het ‘tussenmodel’ (tussen de vroege dolomite en de 1850HL in, 1975-1976), waarvan 19 nog geregistreerd bij het RDW; 507 1850HLs, waarvan 114 nog geregistreerd bij het RDW; verder zijn er 12 1850s of 1850HLs omgebouwd naar Sprint, waarvan 3 nog geregistreerd bij het RDW. Van de Toledo staan er 13 auto’s in het register, waarvan 4 nog geregistreerd bij het RDW; van de 1300 staan er nog 4 auto’s in het register, waarvan 2 nog geregistreerd bij het RDW, en tenslotte van de 1300TC staan er 12 auto’s in het register, waarvan 4 nog geregistreerd bij het RDW.

Van deze 939 kentekens zijn er dus nog 234 actief in het online voertuig register van het RDW, dat is dus zo’n 25%. Uit de RDW-gegevens valt op te maken dat er op dit moment (begin november 2008) 45 auto’s een geldige APK hebben, namelijk één 1300, acht 1850’s, vijf 1850’s tussenmodel, 20 1850HL’s en 11 sprints. Van die ‘actieve’ 25% heeft dus slechts 20% een geldige APK, wat betekent dat slechts een kleine 5% van het register ook werkelijk (legaal) rond rijdt.

Dat er nog steeds veelvuldig dolomites van eigenaar wisselen en de eigenaar-gegevens uit het register waarschijnlijk hopeloos achterlopen, valt wel af te leiden uit het feit dat in 2007 in totaal 16 en in 2008 tot nu toe 15 tenaamstellingwijzigingen door het RDW zijn doorgevoerd voor auto’s uit het register. De meest recente tenaamstellingwijziging is van een witte Sprint (64-PP-62) die op 31 oktober jl. een nieuw baasje heeft gekregen en ook rijdend moet zijn gezien de APK tot 15 februari 2010.



Wat echter helemaal tot mijn verbeelding spreekt is dat er in totaal vijf dolomites nog bij hun eerste eigenaar vertoeven. Dit zijn een sprint (03-RA-38) met een APK tot 11 juli 2010, een 1850 (20-FS-49) met een APK tot 29 november 2010, een 1850 HL (GK-50-HR) met een APK tot 25 juni jl. en twee auto´s waarvan de vervaldatum van de APK niet is geregistreerd, te weten een 1850 tussenmodel (57-HP-52) en een 1850HL (DT-86-LP). Mijn fantasie gaat de vrije loop als ik probeer voor te stellen wat deze vijf auto’s en hun eigenaar in (ruim) 30 jaar samen allemaal hebben meegemaakt! Ik zou het dan ook geweldig vinden om wat anekdotes via mail: cth[punt]dolomite[apestaartje]gmail[punt]com toegestuurd te krijgen of om een afspraak te maken eens langs te komen voor een interview om hier een volgend Triumph Tribune artikel mee te kunnen vullen.

Maar, mijn oproep mij te mailen geldt eigenlijk voor iedere eigenaar van een 1300, toledo, 1850 of sprint die kan helpen het Dolomite register te actualiseren. Schroom niet me te mailen met kenteken, chassis- en bodynummers, hoe lang je de auto al in het bezit hebt, van wanneer het kentekenbewijs deel I is en uiteraard met die recente foto bij jou voor de deur of in de garage. Als dank stuur ik je dan de gegevens die ik al van de auto had terug, met, indien aanwezig, een scan van de foto’s die ik in het register heb. Word zeker vervolgd…

04 oktober 2008

Voor herhaling vatbaar

Tsja... er is niet altijd tijd om een leuk stukje in elkaar te draaien, en soms komt het er gewoon niet van. Dit laatste was deze keer bijna het geval, want momenteel ben ik heel hard aan het sleutelen... aan ons huis, dat wil zeggen, de badkamer. Om een brugje te maken naar de Triumphs, ben je aan het verbouwen of sleutelen, dan heb je spullen nodig. Hier gaat dit stukje over.

Mechanische onderdelen zijn veelal nog zonder al teveel moeite te krijgen, behalve zaken als de waterpomp (geldt ook voor de TR7), en bijvoorbeeld het linksgestuurde stuurhuis. Plaatwerk is sowieso moeilijker, want voor de relatief kleine schare dolomite-fans wereldwijd, zal een onderdelenleverancier niet snel een serie spatborden maken, omdat dit niet snel rendabel is. Voor een MGB, een MG midget of een mini daarentegen, worden nog stees complete body shells gemaakt, en dit is ooit ook zo geweest voor de TR6.

Dus, wat doe je dan als Dolomite bijvoorbeeld Herald-piloot? Tweedehands zijn er best nog veel spullen te krijgen, kijk eens op marktplaats, of beter nog, advertentiezoeker.nl, of doe een belrondje langs wat lotgenoten. Bij levernaciers in Nedefrland is ook best nog veel te krijgen, maar vaak moet je het iets verder zoeken, aan de andere kant van de Noordzee. Begin eens bij de Engelse clubs, dus bijvoorbeeld Club Triumph, de TSSC, of in het geval van de Dolomites, de Dolomite Club.

Wat ook kan, is op de Engelse onderdelenbeurs langs te gaan, want daar vind je eigenlijk alle onderdelenleveranciers, de clubs, en ook een heleboel handelaren met 'new old stock' en gereviseerd spul. Deze onderdelenhappening vindt ieder jaar plaats in Stoneleigh, meestal het eerste of tweede weekend van februari. Ook afgelopen februari zijn we met één TR6-rijder en twee dolofielen, waarvan één voor de helft wedgy is (TR7-rijder) naar Engeland geweest.

Ieder jaar weer proberen we naast het onderdelengebeuren ook wat cultureels te doen, en dit jaar hebben we eerst dus een bezoekje gebracht aan het British Motor Industry Heritage centre in Gaydon, en het museum aldaar bezocht. Hier staan naast van vele Britse modellen een gewoon exemlaar ook een aantal race- en rally-auto's, specials, prototypen en ook een enkele caravan uit de jaren 30. Wie heeft er ooit een rover SD1 als stationwagon gezien? Of, anders een over de volledige lengte doorgezaagde MGB? Niet te versmaden is natuurlijk ook het 'LYNX' prototype op basis van de TR7, en wat dachten we van een Unipart F3 racer met een Dolomite Sprint-motor? Dit was weer een goed gevulde zaterdagmiddag.

De B&B in Leamington Spa was speciaal uitgekozen om ook een Triumph-tintje te krijgen: de eigenaar hiervan had namelijk een prachtige witte stag in zijn bezit. Hij twijfelde of-ie 'm nog moest houden, maar nadat wij hem aangemoedigd hadden hem weer eens mee te nemen voor een ritje was al deze twijfel voor een tijdje weer uit de weg.

En dan de zondag: naar het Natianal Agricultural Centre in Stoneleigh... deze keer waren we vroeg genoeg om met onze koude maar droge neuzen (geen Martin Gaus verhalen dus) vooraan te staan toen de deuren open gingen. Help me eraan herinneren dat we de volgende keer een stukje standruimte nemen namens de CTH, want dan mag je al eerder naar binnen om alle krenten uit de pap te vissen. Toch was er genoeg over om i te grabbelen, en ons favoriet standje, van 'Dolly Nuts' stond gelukkig vlak bij de ingang.

De Engelse Dolomite Club had voor de gelegenheid een 'British Leyland' dealership uit de jaren '70 nagebouwd, inclusief verkopers in foute jaren '70 pakken (die volgens eigen zeggen nog gewoon voor dagelijks gebruik in de kast hingen bij de heren) en een monteur met afro en snor. Maar, vooral de auto's die er stonden en ook de originele beletteringen van zo'n dealership waren leuk om te zien.

01 augustus 2008

Van papier tot plaatstaal

Hoe een autohobby in de papieren kan lopen

Met bovenstaande ondertitel wil ik vooral duidelijk maken dat een hobby vaak verder gaat dan wat onder de hoofdtitel valt: je bent een dolomite-hobbyist maar eigenlijk vind je alles daaromheen ook ontzettend interessant. Mijn voorganger Jan Oldenkamp heeft het min of meer andersom beleefd: hij begon met miniatuurautootjes maar is op een gegeven moment ook bij de 1:1 variant uitgekomen, ik zelf ben van “alles wat Engels is is leuk” naar “ik wil een Triumph Dolomite” gegaan. Om die kern van die dolomites breidt de hobby-cirkel zich vaak uit, tenminste, bij de echte hopeloze gevallen zoals ik is dit helaas vaak het geval.

Want, ik verzamel inmiddels alles aan informatie wat ook maar hint in de richting van Triumph Dolomites of aanverwante types zoals de 1300, de 2000/2500, de Stag, en o ja, Heraldjes zijn ook erg leuk, en ja, zo’n MG Metrootje heb ik ook ooit gehad... het probleem wordt langzaam duidelijk denk ik. Het gevolg is dat ik mijn huis binnenkort moet gaan uitbreiden met extra ruimte in de vorm van een dakkapel. Mijn vrouw denkt dat dit is omdat er een kleine op komst is, maar ik kan bij deze bevestigen dat dit plan geboren is om nog meer rotzooi op te kunnen bergen. En papieren relikwiën hebben hier mijn voorkeur.

Naast het lidmaatschap van eerst één club, de CTH, wordt je op een gegeven moment ook lid van de Engelse club (www.triumphdolomite.co.uk), en ontvang je tweemandelijks dus al twee bladen: de “Triumph Tribune” en de “Dolly Mixture” (wat eigenlijk zoietsbetekent als “gemengde drop”, toepasselijk, even verslavend namelijk) respectievelijk. En ja, een Nederlands klassiekerblad als de AMK mag natuurlijk niet ontbreken, en die Practical Classics koop je voor de zekerheid ook maar iedere maand bij de kantoorboekhandel. Weggooien van oude nummers dat kan natuurlijk niet, want in ieder blad staat iedere keer toch minstens één pagina met iets interessants. En wat een ander weggooit, maakt mij vaak weer blij: ik heb al een aantal exeplaren van oude TDCN-clubbladen, maar ben nog steeds op zoek naar meer van deze uiterst netjes verzorgde gestencilde Triumph-Dolomite-Club-Nederland blaadjes uit de jaren ’80. Wie heeft er een paar dubbel of over?

En dan de boeken: meestal begint het vrij onschuldig: je bladert bij een vriend eens in het boek “Triumph Cars” van Graham Robson. Je denkt: “hé, da’s mooi, één boek met álles wat er over Triumph te weten valt”, en je schaft het zelf voor de zekerheid ook maar aan. Je bent blij dat je deze Triumph-bijbel in huis hebt, totdat je ontdekt dat meneer Robson nóg een boek heeft geschreven: “The Works Triumphs”, dus, die moet je ook maar meteen acquireren. Achteraf gezien blijkt deze Graham R. een soort van boekenfabriek want ook over aanverwante merken heeft deze man boeken geschreven, dus ik voorspel bij deze dat dit thema door dit sujet nog verder uitgemolken gaat worden, ik ben voor de zkerheid alvast aan het sparen. Maar, Robson is niet de enige, ook zijn oud-collega Bill Price heeft een werkelijk prachtig boek geschreven: “The BMC/BL Competitions Department” met daarin verhalen van Mini tot Austin-Healey, en van Spitfire tot TR7. Deze Bill heeft bij genoemde competitions department gewerkt, en de voor mij interessante periode, waarin deze afdeling “Leyland ST” heette en in Abingdon gevestigd was, wordt ook uitvoerig beschreven in dit boek. De Engelse fabrieks-rally-dolomites komen hier allemaal in voor: de allereerste officieuze sprint CKV 2K, de FRW 812L, de RDU 983M en de SOE 8M, tot en met de laatste MYX 175P. Helaas uit die tijd niks over de enige linksgestuurde rally-auto die Leyland Special Tuning ooit gebouwd heeft: de 74-FD-19 voor Wim Luybregts. Dit doet mij er weer aan denken: ik moet Wim in Valkenswaard toch echt snel eens een bezoekje brengen, want naar verluidt heeft deze beste man een heleboel leuke informatie liggen over zijn tijd met die Dolomite Sprint.


Naast bovenstaande boeken waarin grijze mannetjes van nu vertellen over hoe het vroeger allemaal was zijn er natuurlijk ook boeken die geschreven zijn door jonge mannen van toen. Zo heb ik een paar jaar geleden op een beurs in Engeland een gesigneerd exemplaar van “Drive It! The Complete Book of Rallying” van Stuart Turner opgepikt, met daarin ook veel referenties naar de Triumphs van de jaren ’70. Dit boek beschrijft aan welke regels je moet voldoen bij het rallyrijden, hoe je je auto en jezelf moet prepareren, beschrijft navigatietechnieken en ook bevat het een hoofdstuk over de toenmalige rallylegendes van de vierwielige en de tweebenige soort. En over deze laatste categorie gesproken: op diezelfde beurs heb ik ook nog een handtekening van Brian Culcheth gekregen in dit boek, bij een plaatje van één van bovengenoemde rally-dolomites die door een waterbak rijdt. Het droge (...) onderschrift bij dit natte plaatje luidt: “You must waterproof your car!”.


Uit dezelfde tijd zijn er, naast de overbekende Haynes-manuals ook nog andere ‘repair guides’ te vinden van de dolomite en ook bijvoorbeeld de 1300. Op de laatste onderdelenbeurs in Stoneleigh afgelopen februari heb ik een heel leuk boekje gevonden over de Dolomite (1850) uit de ‘Glovebox Series’ van Peter R.D. Russek. Dit boekje is ook heftig gebruikt bij het sleutelen getuige de zwarte duimafdrukken door het hele boekje.

Ook ben ik een jaar of vijf geleden eens verdwaald in het echt stoffige gedeelte van een heel vaag boekhandeltje in Eastbourne, waar ik naast een relatief recent (1970: ik zei toch ‘relatief’ recent) boekje over de Triumph 1300 ook een bandenspanningsboekje heb gevonden voor “All Standard models of 1947”...


Met deze naar bospaddestoelen geurende papieren wil ik meteen een brugje slaan naar een recent medium: marktplaats, waar je, terug naar het oude papier, veel leuke oude tijdschriften kunt vinden. Autovisies, Autokampioenen, “Arts en Auto”s enz. Enz. Uit de jaren ’60 en ’70. Hier wordt ook niet de hoofdprijs voor gevraagd: vaak niet meer dan een paar euro (vergelijkbaar dus met de aanschaf van één enkel exemplaar van de nieuwste AMK), en als je er meer koopt bij één handelaar, krijg je vaak korting. Erg, erg leuk.

Gelukkig is er ook het internet, en daarop kun je naast passieve informatie ook heel veel actieve informatie halen; de Engelse club heeft bijvoorbeeld een forum (http://forum.triumphdolomite.co.uk) waar iedereen bijdragen op mag plaatsen, al is er wel een deel waar alleen clubleden mogen komen. Ook in Nederland zijn er initiatieven: Ronald Heynes heeft een hele website rondom de dolomite gebouwd: www.triumph-dolomite.nl – ook hierop is een forum te vinden naast allerlei andere visuele versnaperingen. Verder is er natuurlijk mijn eigen weblog, naast via de registerpagina op www.triumph.nl ook te bereiken via het rechtstreekse adres triumphdolomite.blogspot.com. Niet te versmaden is verder Triumph Owners, een on-line register uit Australië waar ook veel Nederlandse dolomites op staan: www.triumphowners.com. Dit register is origineel zelfs vooral om de dolomites begonnen, want de heren van Sprintparts Australia hebben veel met deze site van doen.


En last but not least: er zijn ook organisaties die een heleboel informatie in hun archieven hebben – in Nederland is dit bijvoorbeeld het NCAD – het Nederlands Centrum voor Autohistorische Documentatie. Deze instantie is gevestigd in Eindhoven, op het terrein van de TU/e, en een paar jaar geleden ben ik daar eens op bezoek geweest. Men heet daar veel uit de ‘Olyslager’ collectie, tijdschriften, en ook officiele persfoto’s en persberichten. Leuk, leuk, leuk. Kijk ook eens op hun website: www.ncad.nl, of ga er gewoon eens langs!

01 juni 2008

Lieve Luctor

Een verhaal uit een ander perspectief

Op bezoek bij een –om het spannend te houden- niet nader te noemen clubcorifee bladerde ik al watertandend door een hele stapel oude Triumph Tribunes, en met name de exemplaren uit de tijd dat het CTH-clubblad nog de Triumph Times heette... pardon, hoe zei u?
Nou, in een ver verleden, toen mijn voorganger Jan Oldenkamp nog maar net de puberpukkels kwijt (wie heeft hier nog foto’s van???) en nog net geen dolomite sprint rijker was, en het merk Triumph officieel nog bestond maar de dolomite-produktielijnen al bijna afgebroken waren, werd de Triumph Dolomite Club Nederland opgericht. Zowel de piepjonge Jan als de bovengenoemde corifee waren hierbij aanwezig. Deze Triumph Dolomite Club is in de jaren 90 opgegaan in de CTH, en om de dolomensen tegemoet te komen, heeft men toen het CTH-clubblad, wat ‘op proef’ al een tijdje gezamelijk onder die naam uitgegeven was, definitief tot Triumph Tribune omgedoopt.
Genoemde corifee was één van de slechts twee mensen die zowel op de oprichtings- als op de opheffingsvergadering was van de TDCN. Mede dankzij het bestaan van de TDCN en Jan Oldenkamp, is het dolomite-register met zo’n 1100 auto’s in het bestand het meest uitgebreide van de CTH... en tevens het meest verouderde, relatief gezien dan, maar dat geheel terzijde, en niet dankzij maar ondanks Jan. Enniewee, in de TDCN-tijd hebben vele enthousiastelingen heel erg veel leuke stukjes geschreven, uitgegeven in keurig getypte en gestencilde TDCN-clubblaadjes. Eén van deze stukjes, door genoemde corifee onder de schuilnaam ‘Luctor’ geschreven, heeft mij geïnspireerd tot dit stukje.

Lieve Luctor,

Vroeger, o vroeger, toen mijn eerste meester nog van me hield, stond ik lekker droog in een garage, waar ik rustig kon slapen. Ik hoefde mij geen zorgen te maken wanneer donkere wolken zich samentrokken boven Barneveld, want ik stond lekker binnen. Weliswaar niet verwarmd, maar in 1974 klaagde je daar niet over. Ik had toch al geluk dat ik de oliecrisis door was gekomen, zeker omdat ik de toch iets dorstiger zestienklepper in het vooronder heb liggen in plaats van de 1854cc achtklepper. Gelukkig werden de autoloze zondagen weer afgeschaft, en ging mijn meester graag een stukkie toeren met mij op zondag. Als beloning kreeg ik dan een fijne wasbeurt, ja, wekelijks, dat leest u goed, want in die tijd wist men nog hoe het hoorde. Dat is tegenwoordig heel anders wat ik je brom. Maar ik zal er niet te lang over doorzeuren, anders zapt de jeugd snel door.
Maar ja, na een kleine tien jaar was mijn meester mij zat, en werd ik weggedaan. Snik. Zomaar, zonder blikken of blozen werd een nieuwerwetse Audi aangeschaft, zo’n Vorsprung durch Technik bak, die het jaar daarvoor de auto van het jaar 1983-prijs had gewonnen. Pff, auto van het jaar, ik was gebouwd voor zeker DERTIG jaar!! Een beetje mijn klassieke Engelse lijn en mijn mooie donkerblauwe tooi inruilen voor een Eurobox in een dertien-in-een-dozijn kleur met onopvallende vormen. Ik kan er nog kwaad over worden.
Maar, mijn nieuwe eigenaar had wel grootse plannen met me, dus mijn verdriet was snel vergeten. Er zouden rally’s met mij gereden gaan worden, en daarvoor werden een aantal dingen aan mij verbeterd, ik kreeg sleepogen aan het subframe om, mocht ik in de modder vast komen te zitten, ik tenminste door een Land Rover gered kon worden. En voor de grappenmakers onder ons: het was NIET omdat ik wel eens panne kreeg, dat was niet nodig met het juiste onderhoud om de zoveel tijd. Ok, ok, gerekend in dagen, maar dat hoort nu eenmaal bij het rijden in een volbloed. En zeker als je me martelt door mij in te zetten als rallypaard.
Helaas was mijn sportieve opleving van korte duur, want ik vroeg zogenaamd teveel aandacht, en ik werd ergens in een hoek geparkeerd. Nu ja, geparkeerd? Ik werd weggezet in het hoekje der vergetelheid, in een KIPPEschuur nota bene. Dat doe je toch niet? Wist die man niet wat er allemaal voor rotzooi in kippestront zit? En, wat dat met je lak doet? Ik heb de uitdrukking ‘schijtlijster’ nooit begrepen, ik stel bij deze voor meneer van Dale een brief te schrijven en de uitdrukking ‘poeppoulet’ daarvoor in de plaats te gaan bezigen. Om maar niet te spreken van andere vieze bezigheden van genoemde gevleugelde goorlappen die zonodig op mijn achterbank en hoedenplank plaats moesten vinden. Al snel was mijn laatste APK van 1988 verlopen, en mijn chassisbotten begonnen in de loop der jaren een beetje te ontkalken, ikbedoel, ontijzeren, en roodbruin peperkoek verving het keiharde staal. In mijn aderen verstolde de ooit prachtig heldere remvloeistof tot donkerbruin slootwater, en in arren moede verkrampten mijn remklauwen zich om hun schijven.
Mijn incontinentie werd ook steeds erger, ik kon het beetje benzine wat ik nog in m’n tank had niet lang meer ophouden, en langzaam verdween dit, alsof het zich rechtstreeks een weg baande door de tankwand heen. Mijn ooit gelode benzine ademende carburateurs vergomden langzaam, en de zuigers in mijn hartkamers gingen, mede door de gekantelde stand van mijn motor, langzaam een druklasverbinding aan met hun olieschraapveren en de cilinderwanden. Zou dit ooit nog goed komen, heb ik toen vele malen gedacht, met de tranen opwellend in mijn platte Lucaslampen, of eindig ik hier, als veredelde kipperen, of word ik uit mijn lijden verlost door een schroothandelaar?
Na, zo heb ik inmiddels begrepen, zo’n 15 jaar, ontwaakte ik uit mijn kasplant-coma toen een warme stem lieve woordjes over mij fluisterde. Je krijgt toch meer mee in een coma dan velen denken! Deze man was een jeugdvriend van mijn toenmalige eigenaar, en was toevallig in de kippeschuur verzeild geraakt. Zijn nagelriemen waren zwart, en, rook ik dat goed? Ja dat was olie, en zijn pet droeg een Triumph logo... weliswaar van de tweewielige variant, maar ik kreeg toch wéér een beetje meer hoop. Wat een leukje ben jij, boerde hij teder, ik denk dat ik jou maar mee naar huis neem vanavond!
Nou, meneer was te dronken om deze toezegging waar te maken, maar hij beloofde te bellen... en ja hoor, de dag erna kwam een Volvo van mijn leeftijd voorrijden met daarachter een trailer, waar ik met enige moeite opgeladen werd. Wat heerlijk om de frisse wind weer om mijn T-bone-neus te voelen! Waar zou ik terecht komen? Na een kort ritje sloegen we bij een rotonde af het forecourt van de plaatselijke BP pomp op. Moest die rare Volvo nu al tanken?
Nee, dit bleek de eindbestemming te zijn, want ik kreeg een slaapplekje in de voormalige garage die bij de BP-pomp hoorde, met alles wat mijn gietijzeren hartje begeerde onder handbereik! Ik had ook leuk gezelschap, naast de bejaarde Volvo (wat eigenlijk maar een ouwe zeur was) woonde ik samen met een leuk huppelminitje en een aantal Triumph motorfietsen, één daarvan had een handicap, namelijk een bochel met een derde wiel, en deze werd door de anderen geplaagd, iets waaraan ik nooit meegedaan heb.
De tijd vloog, want dit was een tijd van hoop, en ondanks het feit dat mijn nieuwe eigenaar veel tijd en geld aan mij besteedde, lag zijn hart toch bij de motorfietsen, en ik kwam eind 2005 op een voor mij nieuw medium, marktplaats, te koop te staan. Er zouden de zaterdag daarna zeker 3 mensen naar mij komen kijken, maar helaas belden deze één voor één af, want er was vrijdagavond een sneeuwstorm geweest in het Oosten van Nederland, waarin tot die zaterdagochtend de effecten nog steeds merkbaar van waren. Tsk, tsk, een sneeuwstorm in 2005... bij een paar centimeter lag het hele land plat, in mijn tijd draaiden we daar ons stuurwiel niet voor om. En dat zonder ABS en andere NLS (Niewerwetse Lullige Systemen).
Er was echter één malloot die, in een MG metrootje uit 1984, toch de gok had gewaagd te komen kijken, en al glijdend en glibberend over de A2 en A12 naar Barneveld was gesukkeld. Enthousiast sprong deze smalgeschouderde maar breed glimlachende jongeman om mij heen, met moeite zijn enthousiasme onderdrukkend. Hij vond het niet erg dat mijn elektra op spaghetti leek, dat mijn kokers peperkoek waren, en dat ik erg stoffig was en een dof gelaat had.
De periode die toen aanbrak was nog mooier dan ik had durven hopen – ik heb eerst naast een roodharig stiefzusje in één garage mogen slapen, waarna IK, ja IK verkozen werd boven mijn stiefzusje en ik al bijna weer in oude glorie hersteld ben! Er moeten nog maar een paar dingetjes gebeuren aan mij voor men mij weer helemaal gezond kan verklaren, maar ik hoop dat ik al snel geheel genezen verklaard zal worden!

Anoniem Sprintje

Nou, beste A.S., wij van het dolomite-register hopen van harte met je mee, laat je nog horen hoe het je verder vergaat? Andere lezers kunnen, indien zij dit willen, ook schrijven naar deze nieuwe rubriek, ‘Lieve Luctor’, of gewoon, naar mij Tjakko Kleinhuis, voor gewone registervragen.
Als laatste nog twee vragen: wie heeft er nog (dubbele) TDCN clubbladen waar hij/zij vanaf wil – ik ben erg geïnteresseerd (ik heb er wel een aantal, maar lang niet alemaal)? En, heb je een 1300, 1500, toledo of dolomite, stuur eens een mailtje naar cth[punt]dolomite[apestaartje]gmail[punt]com zodat ik mijn register een beetje kan updaten. Als dank stuur ik je dan de gegevens die ik al van de auto had terug, met, indien aanwezig, een scan van de foto’s die ik in het register heb. Ik hoor graag alles over kentekens, chassis- en bodynummers, en ook hoe lang je de auto al in het bezit hebt, en van wanneer het kentekenbewijs deel I is.

16 februari 2008