08 mei 2006

Ditjes en Datjes

Bij een tussenstop in Breda gisteren heb ik ontdekt dat ene Nederfransoos R.v.E. verschillende foto's van zijn dochter Fabienne stuurt naar verschillende vrienden! Jan O. ontvangt de "mensenfoto" waar de kersverse pappa wat onwennig kijkend met dochterlief op de arm staat, en ik krijg een foto van de jongedame in kwestie genietend van een ritje in een dolomite! Dit klopt met het feit dat ik nu de dolomite-registerhouder ben, en Jan meer "mensen"-dingen doet in de hobbysfeer. Ik vraag me nu dus af wat voor soort foto's Pampeloni toegestuurd heeft gekregen - het moet een beetje bij de persoon passen blijkbaar - wij gokken op een foto van de eerste poepluier?

Ik ben dit gisteren ook vergeten te vragen in Goes, maar het was ook daar zo allememachies gezellig dat het er even tussendoor geslipt is. Ik was iets te druk met het enthousiast rond de Polski Triumph springen en het aanhoren van de verhalen over vroeger van Pampeloni Sr. in het Griekse Hoekje (dit is dus een eettentje en slaat niet op de verhalen)

13 februari 2006

Triumph Spares Show in Stoneleigh

[Deze tekst is ook verschenen in het Dolomite-registerstukje in het clubblad "Triumph Tribune" van de Club Triumph Holland, april/mei 2006]

Twee weken later ben ik, zoals ik al had aangekondigd in de vorige TT, naar de Triumph Spares show in Stoneleigh geweest. Dit bezoek aan Engeland diende ook een beetje als een reünie – Rob van Essen zou namelijk ook acte de présence geven. Ronald de Jonge en ik zijn dus per Citroën C5 naar Engeland gereden, en hebben Rob op vrijdagavond in Birmingham van het vliegveld gehaald, waarna we in Rugby in een B&B zijn beland. Over de duistere avonturen van onze jongste reisgenoot die avond in genoemd stadje zullen we het niet meer hebben.

Vanwege het thuis en/of op de boot (mijn fout sorry) laten liggen van telefoonnummers hebben we dat weekend helaas niet meer het genoegen mogen smaken de hand te schudden van Geoff Brown, de eigenaar van “SOE 8 M”, één van de vier Engelse rally-dolomites, maar we hebben wel een heleboel andere mensen uit de Engelse Dolomite-wereld mogen ontmoeten.



Sommigen vroegen nog specifiek naar andere “Dutchies”; dus, Adrie van Sante, je krijgt hierbij de groeten van Andy – je weet wel die enge maar zeer vriendelijke man met paardestaart. Ook vrienden van Jan Oldenkamp, te weten Neil Jeffries en z’n pa uit Liverpool, waren weer aanwezig, en o ja, we hebben ook een paar onderdelen gescoord.

Een cilinderkop, nieuwe bumpers, volledige dorpels, onderste kogels, en ook wat tijdschriften. Wat we hebben laten liggen (hiervoor kreeg ik een schouderklopje van mijn vader die vindt dat ik genoeg rommel in mijn garage heb, wellicht niet geheel onterecht) zijn o.a. prachtige HS8-carburateurs, en die pimento Stag voor £1200 hebben we ook maar laten staan. Van dit laatste zou vooral Ronald spijt moeten hebben…

Op zondagavond in Cambridgeshire een B&B gezocht en gevonden, want dat was dichter bij Stansted, waar Rob op maandagmiddag weer het vliegtuig richting Zuid-Frankrijk wilde nemen. In tegenstelling tot andere keren, hoefden wij bij het ontbijt niet te vragen naar een scrapyard in de buurt, maar kwam de heer des huizes uit zichzelf al met een getekende routebeschrijving aanzetten! Niet naar een scrapyard, maar naar een bedrijfje dat “iets met Triumphs deed”. Dus, na snel een overheerlijk Engels ontbijt verorberd te hebben vol gas (we hadden wel een beetje haast want vliegtuigen wachten niet) het grindpad afgereden en deze plek opgezocht.

We werden ter plaatse verwelkomd door de vrouw van, want de eigenaar lag nog in bed omdat hij de avond ervoor laat uit Stoneleigh was teruggekomen, want daar was een beurs geweest… o ja? In het werkplaatsje mochten we, onder het genot van een kop Engelse thee (met melk) alvast alle prachtige auto’s bekijken terwijl de kabouter/eigenaar wakker gemaakt werd. Een prachtige zachtgele TR5, een TR3A, een stag, een spitfire met Le Mans motorkap, en twee TR4’s, waarvan een compleet en de ander wat minder. Met ook al deze indrukken konden we tevreden weer naar huis…

04 februari 2006

Eindelijk de blauwe sprint opgehaald !

[Deze tekst is ook verschenen in het Dolomite-registerstukje in het clubblad "Triumph Tribune" van de Club Triumph Holland, april/mei 2006]

Via een vriend kon ik een prachtige oprijwagen regelen, en zaterdagochtend 4 februari was de dag van het Groote Avontuur daar! Omdat mijn verjaardag ieder jaar weer op 3 februari valt, had ik Willem gevraagd de blauwe sprint toch vooral in te pakken, danwel er op z'n minst een strik omheen te doen, omdat dit natuurlijk het mooiste verjaardagskado ooit was!

Vroeg opgestaan, fris en fruitig naar die vriend gefietst, waar we na een welverdiend kopje koffie - niet om wakker te worden natuurlijk, we waren immers al fris - de oprijwagen aan konden zwengelen.

In Barneveld stond de 05-AS-72 al uit te kijken op de rotonde waar wij overheen moesten komen alvorens het terrein van de plaatselijke BP-pomp op te rijden. Willem moest nog even ergens anders vandaan komen, dus we namen weer een kopje koffie, en al spoedig kwam er een zwart mini-tje de hoek om met daarin de onvolprezen verkoper.

Toen ik nog maar net de hand van Willem op en neer aan het bewegen was zoals gebruikelijk bij een ontmoeting, waren we terloops ook nog even getuige van een aanrijding op genoemde rotonde tussen een auto en een fietser - gelukkig was er naast een krom fietswiel geen menselijk leed buiten de onvermijdelijke schrik.

Toen de sprint maar gaan opladen, de koppeling gaf maar een heel klein beetje sjoege, dus het was een kwestie van in de versnelling starten en ogen dicht en hopen dat je goed gemikt had op de achterkant van de oprijwagen. Gelukkig lukte dit zonder door te schieten en de cabine van de oprijwagen te raken.

Daarna de motorkap - die zonder de bouten in de scharnieren natuurlijk wel eens weg kon waaien, maar net in de auto gekregen, mede dankzij het feit dat het stuur van een dolomite in alle richtingen verstelbaar is.

Thuis eerst de blauwe sprint afgeladen, toen m'n rode sprint met -onverwacht- enige moeite gestart en uit de garage gereden, waarna we na een beetje opruimen (ik verzamel namelijk oude Engelse troep in mijn garage) de twee auto's naast elkaar in de garage konden parkeren.

07 januari 2006

Registerstukje Club Triumph Holland clubblad "Triumph Tribune" februari 2006

Helaas heb ik de deadline van de vorige TT gemist, ik ben immers nog groen en onbevangen als vaste scribent, en dientengevolge nog niet gewend aan het vaste ritme. Met dit stukje hoop ik dat weer goed te maken!

Nu heb ik sinds de zomer geen reizen meer naar Engeland of Frankrijk ondernomen waar ik over kan vertellen, maar ook in ons landje gebeuren dingen die het vermelden waard zijn… bij het in de brievenbus vallen van deze TT hoop ik trouwens wel weer in Engeland te zijn (geweest), en wel voor de naar verluidt ALLERLAATSTE Triumph Spares show in Stoneleigh op 12 februari…

Eén van de dingen die het vermelden waard is is dat ik eind november naar een prachtige blauwe sprint ben wezen kijken die op marktplaats te koop stond. Diverse vrienden en andere vage lieden hadden mij bezworen dat ik als nieuwbakken registerhouder dat ding toch echt moest gaan adopteren, en ik geef toe, gaan kijken wilde ik in ieder geval. Van de verkopende partij had ik een prachtige doch zeer korte routebeschrijving gekregen, namelijk, “bij de plaatselijke BP-pomp” en “vraag maar naar Willem”.
Na letterlijk mijn leven gewaagd te hebben door een oer-Hollandse sneeuwstorm (met allevier de wieltjes glijdend bij 100km/u is toch niet iets wat ik dagelijks wil meemaken, en zeker niet in een koekblik zoals het MG Metrootje welke ik als dagelijks werkpaard gebruik) ben ik toch veilig bij de BP-pomp van genoemde Willem terechtgekomen. Meteen bleek dat deze brave borst geen bloed maar olie in de aderen had, wat nog door zijn op de goede plek kloppende hart linksom gepompt werd ook – de man bleek namelijk een zwak te hebben voor Engels spul. Met name voor de tweewielige variant, maar getuige het mini-tje en de op de brug geparkeerde dolomite sprint, ook met een flirt naar vierwielers.

Tsja, die sprint… met het oormerk “05-AS-72” meteen de vroegst bekende sprint in Nederland op kenteken, dat alleen al was een reden om het ding te gaan bekijken natuurlijk! Naar bleek moet deze auto in de race voor de-oudste-sprint-van-het-land op chassisnummer haar zuster-sprint “05-AS-73” wel voor zich laten, al scheelt het niet veel. Kleur Sapphire blue 96, origineel grijs (C78) interieur waarvan helaas maar één stukje –bij de voeten van de bijrijder- overgebleven is, en ja, er zit wel wat werk aan. De kriksteunen zitten dringend te wachten op wat aandacht van een lasapparaat, en het elektrieke gebeuren lijkt meer op spaghetti na een dagje doorkoken, maar wat een leukerdje!
De onovertroffen Jan Oldenkamp heeft het al vaker vermeld, bij het aanschouwen van dit soort lekkers slaat de Triumphitus Fatalis toe, en ook al hield ik mijn gezicht in de plooi, ik wilde dit blauwe stuk Brits-Hollands-Autohistorie in mijn armen sluiten! Maar waar ging ik dat ding laten?? Moest ik mijn Pimento-rode sprint wegdoen? Of moet ik een hele verhuiskaravaan starten en de vlaflipkleurige Engelsbekentekende sprint buiten parkeren, mijn mooie vroege 1850 op de plek van de vlaflip in een caravanstalling planten en de rode sprint in de garagebox twee deuren naast de Herald van mijn vader? Help, ik heb geen plek!

Als compromis kon ik gelukkig met Willem afspreken dat ik de blauwe sprint zou komen halen zodra ik ruimte heb… ik heb inmiddels mijn vlaflipkleurige (ik bedoel: prachtige honeysuckle) sprint EN een tweekoloms brug (voor te weinig geld) te koop staan om ruimte te maken.

Meteen ook een heritage-certificaat voor de nieuwe telg aangevraagd, en in december ook thuisgestuurd gekregen. Hierop is onder andere te zien dat het masjien op 31 augustus 1973 gebouwd is, en op 26 september van datzelfde jaar per olieboot naar Nederland gevaren is.
Als ik een heritage-certificaat van een dolomite zie, ben ik altijd blij om te lezen dat de kachel –die toch echt niet makkelijk uit te bouwen is als je het al zou willen- er standaard bijgeleverd is. Waarom wordt dit dan toch vermeld? Ligt dit aan het computersysteem van het Heritage Motor Centre in Gaydon, of doelt men op bijvoorbeeld de achterruitverwarming, die weer niet standaard was op de allereerste dolomites (tenminste, in Engeland).

Het heritage-certificaat wat de vorige eigenaar van mijn rode sprint heeft vermeldt overigens ook de obscure tekst “Commission number on frame”, wat suggereert dat bij vroege sprints het chassisnummer er al in de fabriek inge-, eh, -krast is. Ja, gekrast, in de lak, en niet overdreven diep in het metaal. Daar kun je bij de APK wel eens rare gezichten van krijgen, ook al is het absoluut bonafide.

Soms staan er op zo’n certificaat juist ook weer dingen die wel bijzonder intrigerend zijn; van dezelfde rode sprint staat erin vermeld staat dat die auto met “disc wheels” geleverd is – zou dat nu echt betekenen dat er ooit gewone stalen velgen onder gezeten hebben in plaats van de standaard geleverde lichtmetalen GKN-velgen? Sommigen onder ons hebben dit feit, gecombineerd met de lange tijd tussen bouwdatum en datum eerste toelating in Nederland, geïnterpreteerd als bewijs dat die auto ooit door de BVD gebruikt is als dienstauto. Dit is waarschijnlijk spannender dan de werkelijke reden, maar het is wel een waarheid als een pimento-roodbonte koe dat de BVD begin jaren ’70 dolomite sprints gebruikt heeft. Zou ik eigenlijk eens een briefje naar de AIVD aan moeten wagen, maar voor je het weet heb ik zo’n nieuw samengesteld anti-terreur team aan mijn bed staan met dringende vragen en dreigende gezichten…

20 december 2005

Heritage Certificaat

Vandaag het Heritage-certificaat voor de 05-AS-72 binnengekregen. Kost GBP33 plus p&p, maar dan heb je ook wat...

Voor wie zelf ook zo'n Heritage certificate wil aanvragen, dat kan via de website van het Heritage Motor Centre

26 november 2005

Na letterlijk mijn leven gewaagd te hebben door een oer-Hollandse sneeuwstorm, een vierwilslip met 100km per MG Metro meegmaakt hebbende, ben ik toch bij Willem in Barneveld beland met als doel het bepotelen ende fotograferen van zijn blauwe sprint met mijn toen nog schone brabantse kluifjes.

Er zit wel wat werk aan, kriksteunen en ook het elektriek zullen wel wat aandacht vragen.

De vroegste sprint in Nederland op kenteken, maar moet op chassisnummer een aantal sprints voor zich laten, en met name haar zuster-sprint met een precies één cijfer hoger liggend kenteken.
Sapphire blue 96, origineel grijs (C78) interieur waarvan helaas maar één stukje -op het rechter voorspatbord- overgebleven is.
Moet ik dit blauwe stuk Brit-Hollands-Autohistorie in mijn armen sluiten en mijn Pimento-rode sprint wegdoen? Of moet ik een hele verhuiskaravaan starten en de vlaflipkleurige Engelsbekentekende sprint buiten parkeren, mijn mooie vroege 1850 op de plek van de vlaflip planten en de rode sprint in de garagebox twee deuren naast een Herald? Ik kan het namelijk niet allemaal houden beste vrienden... ik heb geen plek!

13 september 2005

Engelse verrassingen

[Registerstukje Club Triumph Holland clubblad "Triumph Tribune" oktober 2005]

Na vele trouwe jaren als uw vaste Dolomite-correspondent, heft Jan Oldenkamp het stokje sinds kort aan mij overgedragen. Jan heft nog steeds zijn gele sprint, dus we zullen hem af en toe nog wel eens zien. Ik zal Jan niet kunnen evenaren in het uit het hoofd weten van registergegevens, noch in schrijfstijl – wat ik wel kan is Jan namens alle Dolofielen binnen de CTH hartelijk bedanken voor alle tijd en moeite die hij in het register gestoken heeft!

Ik zal mij ook even voorstellen: Tjakko Kleinhuis, sinds 1997 lid van de CTH, maar al langer gecharmeerd van dolomites. Mijn voorkeur voor dit type Triumph stamt nog uit de tijd (begin jaren 90) dat de English Car Rally nog in het dichtbij mijn woonplaats Veldhoven gelegen Valkenswaard werd georganiseerd.
Ik heb zelf één vroege Dolomite uit 1973 (met oud type “hangende” klokjes), en twee Dolomite Sprints - één ‘75er die nog op Engels kenteken staat, en een pimento ‘73er – ik ben het meest bezig met die laatste auto.

In juli heb ik mijn vakantie los-vast-gerelateerd aan Triumphs gespendeerd; ten eerste zijn Ronald de Jonge en ik weer een keer op bezoek geweest bij Rob van Essen en Daniella in het Zuid-Franse dorpje Labastide. Dit dorpje herbergt naast een handjevol Fransen, Engelsen en nu ook Nederlanders en een pony-pardon-berghond genaamd Patou nu ook twee ooit Nederlandse Dolomite Sprints, en een prachtige 2000MkI (zie ook de “markt” op www.triumph.nl).

Zo goed als aansluitend hebben Ronald en ik net als vorig jaar een trip naar het TR-weekend in Malvern in Engeland ondernomen, ditmaal in zijn TR6. We hadden wat meer tijd eromheen gereserveerd door op vrijdagochtend al te vertrekken, zodat we wat meer Triumph-gerelateerde plekken konden bezoeken.
Na vanuit Goes uitgezwaaid te zijn door Ronald’s vriendin Kim, en de boottrip met de Seacat van Hoverspeed overleefd hebbende, begon het avontuur met een bezoekje aan Quiller Triumph in Londen. Je ziet daar dingen die in Nederland echt niet meer kunnen – zo’n heerlijke back yard met opgestapelde Triumphs in diverse stadia van ontbinding.
Vervolgens nog een bezoekje gebracht aan de andere oever van de Thames, te weten de plek waarvandaan ooit rijen Triumphs hun trip naar Amerika of Canada begonnen – Royal Albert Docks. Ook de TR6 van Ronald was daarvandaan naar Vancouver verscheept, dus daar moest een foto genomen worden, al was het alleen maar voor het verhaal voor de kleinkinderen later.
We wilden Vrijdag overnachten in Rugby, maar we hebben er nog net een bezoekje aan Jigsaw in Kettering in weten de persen. Jigsaw heeft een van de twee (linksgestuurde) Sprints die in 1974 de 24-uurs race van Spa gereden hebben. We kwamen daar één minuut voor sluitingstijd aan, maar warden toch vriendelijk ontvangen, en hebben nog even een kijkje mogen nemen bij de bovengenoemde racewagen, die overigens gezelschap gehouden werd door een prachtig originele lichtblauwe 1850 automaat.
Daarna vlug door naar Rugby, waar we bij een door ons “Prof Barabas” gedoopt illuster figuur een kamer in een B&B vonden. Ook dit is typisch Engeland – ik heb een tijd geleden een half jaar in Engeland gewoond en kwam daar in Leicester voornamelijk normale mensen tegen, maar eigenaren en eigenaressen van B&Bs zijn een heel ander slag volk – het lijkt er sterk op dat je om een B&B te mogen runnen ófwel een verstrooide prof ófwel een in een bloemetjesjurk gestoken oude vrijster moet zijn. Anyway, op vrijdagavond maar eens in tijdschriften gebladerd om een bezigheid voor de Zaterdag te kiezen – waarbij de keuze viel op een MG/BMC/BL dag op Silverstone. De advertentie in Practical Classics vermeldde dat er geracet zou worden met o.a. MGs, Triumphs en andere klassiekers, en dat er ook BMC “works” cars (fabrieks-race/rally-auto’s) aanwezig zouden zijn.

Daar aangekomen konden wij ons geluk niet geloven toen wij daar vlakbij de ingang TWEE van de vier (Engelse) rally-dolomites aantroffen, de FRW812L en de MYX175P, vergezeld van de Engeland-Kenya Rally-2.5PI.

Achter deze prachtige saloons overigens een barn-find van een groter-dan-normaal format: de Leyland “Team Van” – een prototype camper die bij alle evenementen met fabrieksondersteuning van British Leyland in de jaren ’70 gebruikt is.
Na ook wat races bekeken te hebben, en vele leuke automobielen varierend van MG Metro to Sunbeam Tiger gezien te hebben, waren wij toe aan de laatste tent op het terrein. Daar stond verdorie de DERDE rally-sprint, de SOE8M, ook weer vergezeld door een saloon 2.5PI en een rally-TR7. Omdat wij overdreven enthousiast rond deze auto’s dansten, werden wij aangesproken door Patrick Walker, een iets op leeftijd zijnde mafferd met een scheef dichtgeknoopd overhemd en nog precies anderhalve tand in zijn mond – maar wel de eigenaar van de twee rally-2.5PI’s die we daar gezien hebben, en, ontzettend vriendelijk. Hij stelde ons ook voor aan de eigenaren van de drie rally-dolomites, en tussen neus en lippen door ook aan Brian Culcheth, de bestuurder van het meeste van dit mooie rally-spul in de jaren ’70! We hebben Brian meteen maar een handtekening laten zetten op een foto, al was het alleen maar om weer een verhaal voor de kleinkinderen te hebben. Als afsluiter van deze nu toch al niet meer te overtreffen dag werden we door Patrick ook nog uitgenodigd om in de British Racing Driver’s club op Silverstone en buffet bij te wonen, waar we een tafel gedeeld hebben met deze beste man, Brian Kitley (eigenaar van de FRW812L en een goed adres voor Dolomite-onderdelen), Les Twigg (eigenaar van de MYX175P), Geoff Brown (eigenaar van de SOE8M) en een ex-mini coureur die Jumpin’ Jack genoemd werd. Als ik alle verhalen van die dag aan papier zou toe willen vertrouwen moet er eerst nog een paar hectare tropisch regenwoud sneuvelen, en dat willen we natuurlijk niet.

Wat wel nog het vermelden waard is is dat –Bert Boevee luistert U?- er bij het Engelse 2000-register plannen om in april 2006 een meeting te organiseren waar zoveel mogelijk Triumph Saloon- en dolomite “works” rally- en race-auto’s bij elkaar zouden moeten komen... naar verluid zullen ook Brian Culcheth en andere corifeen uit die tijd uitgenodigd worden.

Zondag hebben we in Malvern naast veel regen ook de viering van het 30-jarig bestaan van de TR7 over ons heengekregen... ook hier weer een vermeldenswaardige aanwezigheid van een Triumph-beroemdheid, namelijk Harris Mann, de ontwerper van de TR7. Verder daar nog een bijzondere TR7 gezien – een Cocal-Cola/Levi’s uitvoering – rood met witte Coca-Cola striping van buiten en Levi’s Jeans-bekleding van binnen.


De laatste dag van deze trip, maandag, hebben we nog een uitstapje naar Bagshot gemaakt, waar alle “Abingdon” Triumphs (dus de door Leyland Special Tuning geprepareerde) getest werden. Naast het plaatsnaambordje met de voor ons gezien de bovenstaande historie ietwat ironisch lijkende tekst “please drive carefully” was daar overigens niet veel te zien.